Spring naar hoofd-inhoud

Pilot Walviskadaver

Een kadaver van een groot zeezoogdier spreekt zeer tot de verbeelding. De huidige praktijk is dat grote kadavers, na onderzoek, worden geruimd. Nadat eind november 2020 een dwergvinvis van 4,70 meter aanspoelde op Rottumerplaat, heeft Rijkswaterstaat in samenspraak met het ministerie van LNV en Staatsbosbeheer besloten om het kadaver op een veilige plek te laten liggen op het onbewoonde eiland in de Waddenzee. De locatie biedt namelijk een unieke kans voor monitoring van het kadaver en de impact die dat heeft op de natuur.

Op deze pagina kunt de natuurlijke afbraak van het kadaver volgen.

De Waddenunit van het ministerie van LNV spoorde de walvis op, na een seintje van een garnalenvisser. Via de strandingscoördinator LNV is de melding door Rijkswaterstaat opgepakt. Nadat bleek dat er vanuit musea en onderzoeksinstellingen geen animo was voor het kalfje, was de keuze: opruimen of gecontroleerd laten liggen.

Veilig voor scheepvaart
Rijkswaterstaat heeft in overleg met het ministerie van LNV en Staatsbosbeheer geconcludeerd dat dit een unieke kans is om op een natuurlijke manier te kijken naar de ecologische impact van grote kadavers. Dit is mede ingegeven door het  “kadaverpilot sublitoraal” van PRW waarvan de uitvoering onder leiding staat van Rijkswaterstaat.

Met het schip ‘De Harder’ van de Waddenunit is het dier verplaatst en iets meer het eiland opgebracht. Zo kan het niet meer het water in verdwijnen waardoor het geen gevaar oplevert voor de scheepvaart.

Unieke kans
De locatie biedt een uitgelezen kans om de ecologische meerwaarde van het afbraakproces in beeld te brengen. De Rottums zijn verboden gebied, je mag er niet komen, en de walvis ligt beschut in de duinen. De wadplaat is onbewoond, met uitzondering van seizoensgebonden vogelwachters, wetenschappers en enkele vrijwilligers. Onderzoekers kunnen het proces van ontbinding dus relatief ongestoord in de gaten houden.

Monitoring kadaver
Wageningen Marine Research voert de monitoring uit, met de onderzoekers Martin Baptist, Mardik Leopold, Hans Verdaat en Marinka van Puijenbroek. Zo zijn er camera’s geïnstalleerd om het biologische proces van de ontbinding vast te leggen. Welke andere dieren en organismen profiteren hiervan? Welke ontdekkingen doen we over de impact op vegetatie, bodemkwaliteit of bijvoorbeeld duinvorming?

De monitoring wordt door Rijkswaterstaat geregeld vanuit de Basismonitoring Wadden. Hier werken alle beheerorganisaties van de Waddenzee samen om wetenschappelijke kennis te ontwikkelen over (natuur)beheer. Bovendien worden de risico’s in beeld gebracht, denk daarbij aan ‘ontploffingsgevaar’ en stankoverlast. Rijkswaterstaat verwacht binnen een jaar de eerste resultaten in beeld te hebben. 

Natuurbeheer Werelderfgoed Waddenzee
Kadavers bleven vroeger liggen op stranden, maar tegenwoordig worden ze op (recreatie)stranden gezien als (chemisch) afval en afgevoerd op een vrachtwagen. De vraag is of dat vanuit biodiversiteit ook wenselijk is. De monitoringsresultaten kunnen bijdragen aan het ‘omdenken’ over natuurbeheer voor Werelderfgoed Waddenzee.

Meer informatie:

website walvisstrandingen.nl
website Universiteit Utrecht

Afbraakproces in beeld

16-12-2020

Op 16 december 2020 werd een tweede detailfoto gemaakt van het walviskadaver. Wat ons opviel was dat er nog geen sporen waren van vraat door vogels. Zelfs niet in de verse wond die wij maakten op 28 november bij het wegsnijden van een stuk huid van 15x15 cm voor onderzoek. De rode schaafwonden aan de huid - die op 28 november te zien waren - vertonen nu ontkleuring door degradatie van bloed. Ongeschonden delen van de donkergrijze huid worden grauwer van kleur. De achterrand van de staart is verkleurd naar lichtgrijs. Het gehemelte is aan het verkleuren van (vers) rozerood naar bruin en dit gebeurt van binnen naar buiten. De tong is nog meer gezwollen en heeft vooral de onderkaak weggeduwd waardoor de bek van het kadaver verder open staat.

28-11-2020

Op 28 november 2020 legden we een eerste veldbezoek af bij het walviskadaver dat drie dagen daarvoor was aangespoeld. We maakten met een stereocamera een nauwkeurige foto. Tijdelijke referentiepunten werden aangebracht en ingemeten waarmee de exacte positie en afmetingen van het kadaver kunnen worden vastgesteld. De dwergvinvis had zo te zien enkele weken in zee gedobberd. De ogen ontbraken en ook de baleinen zaten niet meer in de bek. De tong was opgezwollen en de huid had schaafwonden door het schuren over het strand. De stank viel mee.

Monitoring cam foto's